Column van Maaike

Mijn oude mopperpot 

Hij kijkt me aan. Nou ja, eerder langs me heen. Sinds een tijd lijkt het alsof hij nog maar weinig registreert. Zal hij doof worden of ligt het aan zijn slechte ogen? Hij is flink op leeftijd en niet zo’n pieperd. Tja, deze man is altijd hard voor zichzelf. ’s Avonds lukt het me nauwelijks hem van de bank af te krijgen. Zijn stramme lijf kraakt letterlijk als hij overeind komt. Waar ik hem voorheen nog met iets lekkers kon lokken, lukt dat nu niet meer. Jacques heet hij officieel, een Franse monsieur maar het is gewoon een chique naam voor een stronteigenwijze hond. Hij is dertien jaar en dat is best oud voor een Basset Fauve de Bretagne. Jacques leerde me vloeken. Dat begon al in de puppytijd, toen ik nog regelmatig met hem naar het strand ging, liep hij doodleuk met andere gezinnen mee, zolang die ook honden bij zich hadden. Twee jaar terug balanceerde hij op het randje van de dood omdat er een gigantische kastanje in zijn darm klem zat.

Als ik voor 8 uur ‘s ochtends met hem uit wil, weigert hij steevast. De kinderen vinden het vanzelfsprekend dat hij er is wanneer ze uit school komen. In hun babytijd stak hij altijd zijn neus in de MaxiCosi of tussen de spijlen van de box door.

De laatste maanden zijn de epileptische aanvallen ineens verhevigd. Als ik hem aai duwt hij het hoofd keihard tegen mijn schoot aan. Hij kan er geen genoeg van krijgen. Ik weet het, mijn oude mopperpot heeft extra liefde nodig. Ik voel dat hij geen jaren meer te leven heeft. Maar ik moet er niet aan denken dat hij niet meer in het huis rondloopt…

Dat vind ik leuk

Het zijn, volgens mij, een tiental ontspoorde pubers die samen met hun begeleiders in de trein zitten na een dagje Amsterdam. Ik probeer me op mijn werk te concentreren maar dat gaat niet. Niemand in de coupé kan zich van de herrie van de groep afsluiten.

Een begeleider laat haar nieuwe boek zien. ‘Het is van Escher, een graficus’. Ze geeft het aan een slungelige tienerjongen, die zijn oortjes nog in heeft. Na twee minuten geeft hij het boek terug. ‘Dit is niet mijn stijl.’

‘O, ik wist niet dat jij al een eigen stijl had,’ zegt de beledigde begeleidster zuur.

Ineens lijkt het alsof iemand een filmpje op z’n mobiel hard aanzet, maar dan realiseer ik me dat het een echte stem is. Een meisje dat onopvallend oogt maar een prachtige stem heeft, zingt als een engel. Iedereen valt stil. Als ze klaar is met zingen, kijkt ze weg en loopt rood aan. Spontaan begint iedereen te klappen..