Importeur vecht verbod op handel met nederzettingen Israël aan
Advertentie
DEN HAAG (ANP) – Het Israël Producten Centrum (IPC) wordt volgens directeur Pieter van Oordt “onevenredig” geraakt door het importverbod op goederen uit Israëlische nederzettingen in bezette gebieden. De Nederlandse importeur van Israëlische producten probeerde woensdag in de rechtbank in Den Haag het verbod van tafel te krijgen.
Het IPC spande een kort geding aan tegen de staat om het verbod dat op 22 september ingaat. Het gevolg ervan is dat handel in goederen uit illegale Israëlische nederzettingen in bezet gebied verboden wordt. De bouw van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogte is in strijd met het internationaal recht.
“Voor ons is het heel belangrijk dat de maatregel opgeschort wordt”, zei Van Oordt. “Voor zover ik weet zijn wij de enige importeur van producten uit die gebieden.” De directeur stelt dat rond de 15 procent van het totale assortiment uit die gebieden komt. Het besluit van de Nederlandse overheid trof hem “als een donderslag bij heldere hemel”.
Wijnen
Voor het in Nijkerk gevestigde IPC raakt het sanctiebesluit onder meer de verkopen van wijn en parfum die afkomstig zijn van een Israëlische nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. Het centrum verkoopt ook tahin, een pasta van sesamzaad, en de zoetigheid halva uit gebieden waar het verbod op ziet.
De advocaat van het IPC wees op de gevolgen voor de Joodse gemeenschap in Nederland, die hierdoor bepaalde wijnen voor feestdagen niet langer kan kopen. Een handelsverbod heeft ook negatieve gevolgen voor Palestijnse werknemers in de gebieden, betoogde de advocaat.
Bijdragen
Als de staat consistent is, zouden ook iPhones en Samsungs geweerd moeten worden om de betrokkenheid van Oeigoerse dwangarbeiders in China, ging de advocaat verder. “Er wordt gemeten met twee maten.”
De landsadvocaat wees op haar beurt op een stijging van het geweld tegen Palestijnen en de verdere verslechtering van de situatie in bezette gebieden in Israël. De maatregel heeft als doel om te voorkomen dat Nederlandse economische activiteiten bijdragen aan het in stand houden van de situatie, aldus de staat.
De Nederlandse staat merkte op dat het sanctiebesluit een uitzonderlijke, maar noodzakelijke maatregel is. Het verbod geldt in beginsel voor drie jaar. Andere, minder vergaande maatregelen bleken volgens de landsadvocaat niet of onvoldoende effectief. Er is geen sprake van een algemene handelsboycot voor Israël, benadrukte de staat. De rechter streeft ernaar uiterlijk 16 september uitspraak te doen.
ANP




