Koning blij met nationaal monument Oranjehotel

Koning Willem-Alexander moest zich vrijdag enorm inspannen om de verhalen te horen van de oud-gevangenen van het Oranjehotel in Scheveningen. Hij had met een aantal van hen een gesprek na afloop van de opening van dit nationaal monument in Scheveningen. Maar de locatie voor het onderonsje was slecht gekozen: een van de tentoonstellingsruimten, waar tegelijkertijd ook de receptie plaatsvond. Allesbehalve geschikt voor een intiem gesprek met de hoogbejaarde en niet altijd even goed horende oud-gevangenen.

“Ik kom wat dichterbij”, zei Willem-Alexander dan ook, terwijl hij zich half over een tafeltje boog om van een van de 25.000 door de Duitse bezetters tijdens de oorlogsjaren gedetineerden meer te horen over zijn ervaringen. “Goed dat het monument hier is gekomen”, vond de koning, die daarbij ook de komende generaties op het oog had.

“Het is onze wens dat iedere Nederlander, ook de nieuwe Nederlander, niet alleen één keer in zijn leven het Rijksmuseum bezoekt, maar óók het Oranjehotel”, had stichtingsvoorzitter Dineke Mulock Houwer in dat verband bij de opening al gezegd. “De gevangenis als blijvende herinnering zodat het verhaal van de oorlog en het gruwelijke verblijf op deze plek van ruim 25.000 gevangenen verteld blijft worden en ter lering wordt overgedragen aan de volgende generaties”, zoals in 1946 al het oogmerk was.

De koning was persoonlijk niet onbekend met het Oranjehotel. Hij was er in 1995 al eens geweest voor de jaarlijkse herdenking bij de altijd in stand gehouden Doodencel 601. Vrijdag kon hij de kennis verder aanvullen met de persoonlijke gesprekken. “Hoe lang heeft u hier gezeten, heeft u een proces gehad, wat had u gedaan?” luidden een aantal van zijn vragen. Hij kreeg volop antwoord, al waren die dus niet altijd goed te verstaan vanwege het geroezemoes.

 

BUZZR