Michael B. Jordan had therapie nodig na schurkenrol Black Panther
Michael B. Jordan moest in therapie “ontspannen” nadat hij in de film Black Panther uit 2018 de slechterik Erik Killmonger had gespeeld. Dat vertelt de acteur in het Amerikaanse tv-programma CBS Sunday Morning.
“Na de film bleef ik er een beetje in”, bekent de 38-jarige Amerikaan. “Ik ging in therapie, praatte erover en vond een manier om een beetje te ontspannen. Op dat moment leerde ik dat ik moest ontspannen na het spelen van een personage.” Volgens Jordan voelt acteren vaak eenzaam, maar realiseerde hij door erover te praten dat hij na de opnames nog steeds iets van Killmonger bij zich droeg wat hij van zich af moest laten glijden.
Voor de acteur was het echter lastig om Killmonger los te laten, omdat hij zich voor de opnames helemaal in het personage had verdiept. “Erik kende niet echt veel liefde, volgens mij heeft hij dat niet ervaren”, stelt Jordan. “Hij kende veel verraad; er waren veel mislukkingen die hem vormden en zijn woede en frustratie voedden.”
Erik Killmonger is in de superheldenfilm het vervreemde neefje van de overleden koning, die aanspraak wil maken op de troon van het fictieve Afrikaanse land Wakanda. Hij groeit zonder vader op in de Verenigde Staten, maar keert na jaren terug naar zijn moederland om de nieuwe koning T’Challa, de superheld Black Panther, uit te dagen.
BuzzE





