Studenten financieel afhankelijker van ouders onder leenstelsel
Sinds de invoering van het leenstelsel zijn studenten financieel afhankelijker geworden van hun ouders. Twee derde van alle studenten krijgt geld van ouders, dat is 15 procent meer dan in 2015 toen er nog geen leenstelsel was.
Ook ontvangen ze meer geld van hen dan eerder. Dat constateert het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud), na nieuw onderzoek onder studenten. Het instituut pleit voor aanpassing van het financieringsstelsel.
Studenten maken zich ook zorgen over hun studieschuld voor hun toekomst en proberen een lening te vermijden. In vergelijking met het laatste onderzoek van het Nibud in 2017 is het aantal studenten dat is gaan lenen gedaald van 55 procent naar 45 procent nu. Voornamelijk thuiswonende studenten zijn minder gaan lenen (30 procent nu), van uitwonende studenten leent twee derde, zo ziet het Nibud in het representatieve onderzoek onder 1505 voltijdstudenten.
Lastig
Het instituut maakt zich zorgen over de financiële gevolgen van studenten die geen beroep kunnen doen op hun ouders. “Het stelsel gaat ervan uit dat ouders kunnen bijdragen, maar met een inkomen rond anderhalf keer modaal is dat nog heel lastig. Studenten met draagkrachtige ouders kunnen studeren zonder te hoeven lenen, anderen beginnen hun loopbaan met een financiële achterstand”, zegt Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. En als je een lening nodig hebt, zorgt de studieschuld voor onzekerheid over de toekomst. “Iedereen kan studeren met studiefinanciering, maar er ontstaat na afloop een grotere ongelijke situatie dan noodzakelijk is”, aldus Vliegenthart.
ANP




