7 vragen aan… Marieke van der Putten, Neêrlands trots te paard
Marieke van der Putten (43) is Nederlands kampioen dressuur bij de senioren. In juni won ze de Grand Prix en Grand Prix Freestyle in Rotterdam en deze augustusmaand komt ze met haar merrie Zantana in actie op de Wereldkampioen-schappen Dressuur in het Duitse Aken. DenD stelt de succesvolle amazone 7 vragen.
1. Je was de grote favoriet voor het Nederlands Kampioenschap. Gaf dat veel druk of was het voor jou een extra stimulans?
„Met het Nederlands kampioenschap viel voor mij alles op z’n plek. Je bent er jaren mee bezig om je paard op zo’n niveau te krijgen. Als dat dan lukt, is dat geweldig. Als ik de arena binnenrijd, ben ik altijd volledig geconcentreerd op m’n paard. Focus is op dat moment het allerbelangrijkst. Pas na afloop merkte ik hoe enthousiast het publiek was. Negatieve druk ervaar ik nooit.”
2. Hoe ontstaat die unieke band tussen ruiter en paard?
„Elk paard is anders en heeft zijn eigen kwaliteiten. Van jongs af aan wisten we dat Zantana heel veel kwaliteiten heeft. Maar aan het mentale deel moest dag in dag uit gewerkt worden. Je bent heel intensief met zo’n paard bezig; met de verzorging en de wedstrijden. Langzaamaan kreeg Zantana vertrouwen in mij en nu gaat ze voor mij echt door het vuur.”
3. Hoe ziet een dag eruit voor een dressuuramazone?
„Om zes uur begin ik met voeren en om zeven uur zit ik op m’n eerste paard. Gemiddeld train
ik een paard 45 minuten, het ligt er een beetje aan wat het paard die dag nodig heeft. Ik rij tien paarden per dag. Dat zijn oudere paarden die nu op topniveau presteren en jonge paarden die opgeleid moeten worden. Je hebt immers altijd nieuwe aanwas nodig; paarden die over een aantal jaren ook op topniveau kunnen meedoen.”
4. Wanneer begon bij jou de liefde voor paarden, en hoe ben je ermee in aanraking gekomen?
„Ik kijk terug op een heerlijke jeugd. Als kind keek ik uit over de weilanden. Mijn ouders hadden een paard in de manege en ik was anderhalf jaar toen ik mijn eerste pony kreeg. Die stond bij ons thuis op het weiland; we hadden een kleine stal. Als klein meisje was ik altijd met die pony bezig. Toen ik acht werd kreeg ik een grotere pony, die stond wel op de manege. Ik ben al snel begonnen met wedstrijden. Tot mijn zestiende heb ik veel gesprongen, daarna ben ik overgestapt op dressuur. Mijn moeder woont nog steeds in mijn ouderlijk huis, maar inmiddels staan er voor én achter nieuwe woonblokken.”
5. Heb je nog tijd voor sociale activiteiten?
„Natuurlijk heb ik vrienden, maar mijn leven draait toch vooral om de paarden.”
6. Heb je een tip voor jonge paardenmeiden die dromen van carrière zoals die van jou?
„Probeer vooral van anderen te leren. Als kind had ik zelf veel bewondering voor de verrichtingen van de dochter van de manege-eigenaar. Realiseer je ook dat je voor deze sport heel hard moet werken, en dat je dat moet blijven volhouden! Het is ook een dure sport. Met de aanschaf van een pony of paard ben je er niet.
Je hebt een trailer of vracht-wagen nodig en dan zijn er ook nog de kosten van de stal.”
7. Je schittert deze maand op de Wereldkampioenschappen Dressuur in het Duitse Aken. Wat zijn jouw verwachtingen?
„Daar kan ik absoluut geen voorspelling over doen. Ik ga in Aken vooral genieten!”




