7 vragen aan… Oud-rechercheur John Pel
John Pel zat 35 jaar bij de politie en stond op plekken waar de meeste mensen niet eens naar wíllen kijken. Als forensisch rechercheur werkte hij aan liquidaties en rampen, van de Bijlmerramp tot Theo van Gogh. Werk dat hem uiteindelijk zelf brak. In Politiestress haalt hij uit naar de organisatie die 'zijn mensen laat vallen'.
1. Waarom moest dit boek er komen?
„Omdat er nog steeds collega’s met posttraumatische stressstoornis (PTSS) zijn die acht of tien jaar vastzitten in juridische gevechten met de nationale politie. Ik ben zelf ervaringsdeskundige. Ik heb zo’n 1500 doden gezien. In 2016 ben ik omgevallen en met eervol ontslag gegaan vanwege PTSS. Voor mij is het keurig afgehandeld; maar voor veel anderen niet.”
2. Wat is het probleem?
„PTSS zit nog steeds in het verdomhoekje. We praten er niet over, want het is niet stoer. Totdat het écht niet meer gaat. Dan is het geen leven meer, maar overleven. En dat geldt niet alleen voor de politie. Het raakt ook defensie, de brandweer en handhavers. Mensen die elke dag voor janlul worden uitgemaakt en
beschimpt. Een mens kan veel hebben, maar op een gegeven moment is het emmertje vol.”
3. Is er een moment dat je kan herinneren dat er echt iets brak?
„Ja. Oekraïne, MH17, in 2015. Ik was verantwoordelijk voor de berging en repatriëring van de slachtoffers en hun spullen, terwijl het al niet goed met me ging. We hebben daar zo’n 5200 lichaamsdelen uit de grond gehaald. Op onze knieën, met een schepje en een harkje. Ondertussen keek heel Nederland mee en stond je daar tussen dronken separatisten met een vinger aan de trekker.”
4. Je noemt PTSS een sluipmoordenaar. Hoe lang broeide het?
„Dat begon rond 2009. In die tijd werd je meteen van je plek gehaald als je het had en kreeg je een bullshitbaan, ‘chef lege dozen’ of iets dergelijks, dus je hield je mond. Ik heb zeven jaar met PTSS gewerkt. Ik stond na de schietpartij in Alphen aan den Rijn in dat winkelcentrum en kon niet eens huilen, omdat mijn team erbij stond. Je gaat gewoon door. Tot het niet meer gaat. In 2016 klapte ik in Spanje. Hartklachten, een openhartoperatie. En daarna spoot de PTSS mijn oren uit.”
5. Wat kostte dit werk je in je privésituatie?
„Ik ben dit jaar vijftig jaar getrouwd. Mijn PTSS heb ik altijd verborgen voor mijn kinderen. Mijn vrouw verdient een vetleren medaille. Die zei twintig jaar geleden al: John, stop ermee, je wordt niet eens gewaardeerd. Maar we hadden een hypotheek en ik hield van mijn werk. Ik heb gewoon iets voor de maatschappij willen betekenen. Als ik het morgen over moest doen, zou ik het weer zo doen.”
6. Je zegt dat PTSS nooit helemaal weggaat. Hoezo?
„Voor 90 procent functioneer ik weer prima. Die andere 10 procent… dan zit het even tegen en breek ik emotioneel. Bij de boekpresentatie bijvoorbeeld. Peter Holla, de politiechef van Amsterdam, nam het eerste exemplaar in ontvangst en begon te vertellen wat het me allemaal gekost heeft. Toen brak ik. Ik noem het een mentale blessure. Je blijft beschadigd.”
7. Wat doe jij om het te veranderen?
„Ik ga er met gestrekt been in. In mijn boek staan praktische tips. Ik heb aangeboden om mee te denken en te helpen. Als je op preventie gaat zitten, worden er zoveel minder mensen ziek. Dus ik hoop dat ze zeggen: Kom hierheen, Pel. Geef een workshop. Help onze leidinggevenden. Die gereedschapskist moet gewoon op orde zijn.”




