Keijzer vond soms ‘geen touw vast te knopen’ aan coronabeleid
DEN HAAG (ANP) – Oud-staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken) vond de maatregelen tegen het coronavirus lang niet altijd navolgbaar. In een verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona sprak zij van “een spiegelhuis van redeneringen”. Als voorbeeld noemde zij de toegestane groepsgrootte, die steeds wisselde. “Er was geen touw meer aan vast te knopen.”
Keijzer was gedurende een groot deel van de crisis als staatssecretaris namens het CDA verantwoordelijk voor het midden- en kleinbedrijf, dat zwaar geraakt werd door alle beperkingen. Zij werd in september 2021 uit het kabinet gezet nadat zij in een interview afstand had genomen van het coronabeleid.
Zelf had Keijzer naar eigen zeggen weinig inspraak over de maatregelen, die met name voor de horeca, detailhandel en bijvoorbeeld kappers grote gevolgen hadden. Als het ministerie van Economische Zaken al betrokken werd, was dat meestal via minister Eric Wiebes, met wie zij naar eigen zeggen “een goede verstandhouding” had. Zij vond de maatregelen aanvankelijk ook “te billijken”, zei zij.
‘Klein clubje mannen’
Het was volgens Keijzer “een klein clubje mannen” dat de maatregelen bedacht. Zij noemde minister-president Mark Rutte, zorgminister Hugo de Jonge, justitieminister Ferd Grapperhaus en veiligheidscoördinator (NCTV) Pieter-Jaap Aalbersberg. Daarbij werden wetenschappelijke adviezen van het Outbreak Management Team (OMT) meestal als “heilige graal” gezien. “Maar soms ook weer niet.”
Keijzer moest naar eigen zeggen meermaals aan de rem trekken omdat maatregelen voor ondernemers niet uitvoerbaar zouden zijn. “Komt een van deze mannen nog wel eens in een winkel?”, vroeg zij zich af, toen kledingwinkels dicht moesten en levensmiddelenwinkels niet, waarop de vraag opkwam wat dit betekende voor de HEMA die beide verkoopt.
ANP




