Ruud de Wild openhartig over traumatische jeugd

Ruud de Wild heeft als van zijn ouders niet geleerd wat het is om lief te hebben, te knuffelen en een stabiele relatie op te bouwen. De radio-dj vertelt aan weekblad Weekend over zijn heftige jeugd waarin zijn ouders lid waren van een sekte.

Bang

Als kind werden Ruud de Wild en zijn tien broertjes en zusjes gedwongen om sommige dagen twee keer naar de kerk te gaan. Daar vond echter geen gewone dienst plaats, vertelt Ruud. ,,Zo gebeurde het vaak dat er in de ruimte, waar iemand predikte, werd gegild of mensen plotseling als boetedoening op de grond gingen liggen. Er werden in het Arabisch allerlei teksten uitgeschreeuwd., Als elfjarig jongetje rilde ik van angst als die gebeurtenissen plaatsvonden.” De ouders van Ruud waren erg strikt en verwachtten van hun kinderen dat zij net zoals hen in God geloofden. ,,Alles in ons gezin stond in het teken van de sekte. Ik moest veel bidden en me aan iets wat op God leek onderwerpen. Dat gebeurde niet alleen op zondag, maar ook doordeweeks waarbij er strenge geloofsregels werden gehanteerd.” Ruud heeft bijvoorbeeld als kind nooit Sinterklaas gevierd en mocht met sommige kinderen niet spelen.

Het heftigste wat hij ooit heeft meegemaakt, is op vierjarige leeftijd verlaten worden door zijn ouders toen hij in het ziekenhuis lag. ,,Mijn gezondheidstoestand was erg zorgelijk en terwijl ik het erg benauwd had en doodziek was, lieten mijn ouders mij in de steek. Ze vertelden me dat het lot in Gods handen lag en dat zij niets meer voor me konden betekenen.”

Therapie

Lange tijd heeft Ruud zijn jeugdtrauma’s weggestopt, maar toen Pim Fortuyn in 2002 werd vermoord, ging hij naar een therapeut. In eerste instantie om te praten over de moord, die hij had zien gebeuren, maar later praatte hij ook over zijn jeugd. ,,Ik ging op een gegeven moment terug naar die periode in het ziekenhuis toen ik daar in een bedje lag en alles weer herbeleefde”, zegt Ruud. ,,Thuis werd er niet geknuffeld en van echte liefde was geen sprake. Toen mijn ouders overleden, heb ik niet gehuild.”