Handbiker De Vaan blijft fanatiek ondanks mogelijk missen Tokio

Handbiker Laura de Vaan was hard op weg om haar succesvolle carrière te bekronen met de zo gewenste gouden olympische medaille toen er plots een nieuw classificatiesysteem werd toegepast. Alles, ook haar werk als data-analist bij NOC*NSF, staat in het teken van de komende Paralympische Spelen in Tokio. De kans is groot dat het weleens vergeefs zou kunnen zijn nu de handbiker van TeamNL geen wedstrijden meer mag rijden.

Waarom mag je opeens geen wedstrijden meer handbiken?

“Mijn aandoening komt niet langer in aanmerking voor een classificatie. Ik heb sinds een val van de trap Complex Regionaal Pijn Syndroom type 1. Door die beperking ben ik nu uitgesloten van deelname. Ik snap dat er naar de regels wordt gekeken en dat er aanpassingen worden doorgevoerd, maar ik snap niet dat ze een jaar voor de Spelen worden toegepast. Mensen proberen dispensatie voor mij te regelen. Door de perikelen rondom mijn classificatie heb ik niet kunnen deelnemen aan de WK. Hierdoor heb ik mij niet kunnen plaatsen voor de Spelen. Ik moet voor de WK van volgend jaar, waar ik mij nog kan plaatsen, weten of ik nog mag meedoen.”

Ondertussen ga je gewoon door?

“De motivatie en plezier in training is nog steeds even groot, misschien wel groter. Ik sla nooit een training over. Ik vind handbiken gewoon heel leuk. Nu de mogelijkheid bestaat dat het ophoudt qua topsport vind ik het nog steeds leuk om mezelf uit te dagen en maximaal te gaan in de trainingen. Ik heb mij voorbereid op de WK alsof ik daar zou gaan rijden terwijl ik wist dat ik niet mee zou mogen doen.”

Waarom werk je naast je topsportbestaan?

“Omdat ik dan een betere topsporter ben. Ik kan niet alleen met de sport bezig zijn, heb daarnaast ook de intellectuele uitdaging nodig. In mijn werk als data-analist bekijk ik hoe een sport of sporter ervoor staat. Ik probeer inzicht te geven in de vragen die er zijn. Een vraag kan zijn: hoeveel is een Europese titel mondiaal waard? Sommige sporten zijn heel Europees. Als je Europees kampioen bent dan ben je praktisch ook de beste van de wereld. We proberen onderbuikgevoelens te staven met gegevens.”

Je bent ook doctor in de letteren. Hoe was het combineren van een dergelijke studie met je sport?

“Ik zal niemand adviseren om naast je topsportcarrière een proefschrift te schrijven. Want dat is denk ik wel ten koste gegaan van de sportprestaties. Er riep altijd een stemmetje in mijn hoofd bij toernooien: ‘ik moet daar nog iets mee’. In 2008 ben ik begonnen en eind 2017 heb ik mijn proefschrift verdedigd. 2018 was mijn beste jaar. Zo veroverde ik WK-goud op de tijdrit en zilver op de weg. Ondanks dat ik in 2018 bij NOC*NSF aan de slag ben gegaan, ben ik meer in balans. Tijdens trainingskampen of toernooien ben ik niet afgeleid door werk wat nog gedaan moet worden. Mijn hoofd is rustiger nu ik afgebakende taken heb.”

Hoe ziet een gemiddelde week eruit?

“Elke dag is wel anders. Maandag heb ik zwemtraining en doe ik later op de dag krachttraining. Dinsdag en woensdag zit ik op de handbike. Op de woensdag werk ik een halve dag vanuit huis. Donderdag en vrijdag zijn lange en ook wel pittige dagen. Ik ga rond 6.00 uur thuis weg vanuit Den Bosch en dan ben ik rond 7.00 uur op Papendal. Op donderdag doe ik krachttraining tussendoor. Als ik dan om 19.30 uur thuiskom, hoef ik niets meer, mijn training heb ik dan al gedaan. Op vrijdag fiets of wheel ik. Wheelen valt onder de atletiek en is het equivalent van hardlopen. Ik vind het leuk ter afwisseling en mijn trainer vindt het goed passen binnen mijn schema. Qua belasting is wheelen de tegenhanger van handbiken. Op deze manier compenseer ik de eenzijdige belasting van het handbiken. Wheelen is voor mij voor de fun, maar heeft wel een trainingseffect. In het weekend is één dag een wedstrijd- of trainingsdag, de andere is een rustdag.”

Heb je nog wel tijd voor je echtgenoot, vrienden en familie?

“We zijn met z’n tweetjes, mijn man en ik. Tijdens het wedstrijdseizoen ben ik veel van huis. Dat heeft wel invloed. Alles komt dan thuis op mijn man neer. Het kost hem ook extra inspanning. Normaal verdelen we de taken, maar als ik er niet ben is die verdeling er niet. Verjaardagen laat ik vaak schieten. Als ik de volgende dag een belangrijke wedstrijd heb dan ga ik niet mee. Weekendjes weg doe ik sowieso niet, want dan mis ik een training of wedstrijd. Familiebezoekjes in Limburg beperkte ik ook, want dan kon ik niet trainen. Ik deed het wel op mijn rustdag, maar dat is ook niet optimaal rusten. Ik probeer er nu een combinatie in te zoeken. Als we ergens een afspraak hebben dan fiets ik heen of terug. Zo doe ik wel mijn training, maar is er ook ruimte voor sociale contacten. Sport staat altijd op nummer 1. Energie voor sociaal leven mag niet ten koste gaan van de sport.”

Hoeveel reis je voor je werk en sport?

“Ik ben veel onderweg. De afgelopen jaren werden de WK’s vanuit de wielerbond KNWU geregeld. De overige wedstrijden en trainingskampen moest ik zelf regelen. Indien mogelijk doe ik dit met de auto. Dat is makkelijker voor het materiaal en ik ben minder beperkt in wat ik meeneem. Fiets, reservefiets, rollers, stukje voeding, alles gaat mee naar wedstrijden in Italië, Oostenrijk, Zwitserland en andere landen. Ik krijg daarvoor een beperkte vergoeding. Een groot deel van de financiering komt voor eigen rekening. Omdat ik een A-status van NOC*NSF had, kon ik wel een vast bedrag declareren.”

Die status valt nu ook weg vanwege de nieuwe classificatie?

“Door de classificatieproblematiek kon ik niet aan de eis voldoen voor een status en sinds 1 oktober ben ik mijn A-status kwijt. Zoals eerder gezegd, kan ik het moment waarop de UCI het nieuwe reglement toepast niet uitleggen. Veel bonden hebben het direct na de Spelen van Rio de Janeiro geïmplementeerd, in mijn ogen een veel logischer moment. In mijn geval had dat betekend dat ik na Rio had moeten stoppen. Ook dan is het uitermate vervelend, maar het moment waarop het gebeurt, is beter te begrijpen. Na Rio besloot ik door te gaan tot Tokio, die hoe dan ook mijn laatste Spelen zouden zijn. Nu is het afwachten of dat gaat gebeuren. Nu wordt misschien door anderen bepaald wanneer ik stop. Ik lag op koers voor een gouden medaille op de Spelen, het is heel cru.”

Je blijft fanatiek?

“Ik blijf doorgaan met handbiken. Ik vind het leuk om te doen en het komt ook mijn gezondheid ten goede. Vanaf januari ga ik bij het Waterschap in Tiel werken. Een paar dagen in de week wil ik daar op de fiets naartoe, als training. Op die manier probeer ik werk en training optimaal te combineren. Als voorbereiding daarop probeer ik deze winter meer buiten te trainen. Vanwege mijn beperking is temperatuur een belangrijk aandachtspunt. Mijn voeten moeten warm blijven. En wat betreft de Spelen, ook op mijn nieuwe werk weten ze dat zolang er nog een kans is op Tokio, dat het werk daarvoor zal moeten wijken.”

 

BUZZS