Karateka Tyron Lardy werkt en studeert voor unieke kans op Spelen

Karateka Tyron Lardy is dicht bij een unieke kans: deelname aan de Olympische Spelen. De sport, die debuteert in Tokio, lag Lardy nooit zo goed. School, daar blonk hij uit zonder al te veel moeite. Met karate lukte het nooit. “Ik was vroeger vrij talentloos. Karate bleef daarom voor mij een uitdaging”, zegt de 22-jarige karateka van TeamNL, zittend in een koffietentje bij de Universiteit Utrecht. De Haarlemse zwaargewicht, die programmeur is en een master wiskunde volgt, werd steeds beter in zijn sport en straks op het olympisch kwalificatietoernooi in Parijs is het alles of niets.

Dit seizoen heb je aan alle toernooien meegedaan om je te kwalificeren via de olympische ranking. Dat is je niet gelukt. Was het de juiste keuze?

“Ik sta achtste op de wereldranglijst en slechts twee directe plekken waren te vergeven via de ranking. We hebben gekozen om aan alles mee te doen om zoveel mogelijk punten te halen. Helaas is het niet gelukt. We hadden geen rekening gehouden met vermoeidheid en jetlags. Daardoor verloor ik een week training en twee weken later stond het volgende toernooi alweer op het programma. Er was te weinig tijd om te rusten. Achteraf hadden we misschien beter de toernooien kunnen kiezen. Dan hadden we wellicht hogere pieken gehaald dan steeds op dezelfde lijn. Nu moet ik in mei in Parijs een medaille halen op het olympische kwalificatietoernooi. Ik ga niet uit van een gelukje, als ik mijn topvorm haal moet ik Tokio kunnen halen.”

Je deed overal aan mee en dan ben je ook druk bezig met het halen van je master wiskunde en werk je een dag als programmeur. Hoe is die combinatie?

“Aan de ene kant is het supervermoeiend. Ik ben elke dag de hele dag bezig. Trainen, school, eten en weer trainen. Ik woon bij mijn ouders in Haarlem en voor mijn studie moet ik naar universiteiten in Leiden, Amsterdam en Utrecht. Daarnaast train ik ook in Haarlem, dat scheelt. Ik train bij Kenamju en René Oerlemans is mijn trainer. Ik heb veel steun aan hem in het karate maar ook daarbuiten. Want aan de andere kant heb ik de afleiding van de sport wel nodig. Ik zou misschien wel gek worden als ik geen karate heb. Ik heb de ontspanning nodig voor mijn werk en studie. Wiskunde en karate complementeren elkaar. In wiskunde is alles vrij zwart of wit. Het is zo, of niet. En je kan het bewijzen. Zoiets heb je bij karate niet. Verschillende acties die elk een andere uitkomst kunnen hebben. Dezelfde actie werkt de ene keer wel en de andere keer niet. Fundamenteel is het anders, maar qua discipline is er een gigantische overlap. Je moet niet zeuren, maar doen. Ik moet me overal vol voor inzetten, of dat nou voor een toets is of bij een karatetraining.”

Ben je altijd zo disciplinair geweest?

“Ik was nooit zo heel goed in de sport. Vrijwel bij alle toernooien lag ik er na de eerste ronde al uit. Dat was niet leuk. Gelukkig ging het mij op school een stuk makkelijker af. Sport was daarom de uitdaging voor mij en dat ben ik blijven doen. Ik doe al aan karate sinds mijn zesde, pas op mijn vijftiende besefte ik dat ik verder kon komen in deze sport.”

Hoe kwam dat zo?

“Toen ik ouder werd ging ik mij fysiek ontwikkelen. Deels door krachttraining, maar ook door de puberteit. Ik schoot de lengte in en merkte dat ik er meer uit kon halen. Het omschakelmoment was op een toernooi in Parijs. Ik was inmiddels 15 jaar, maar nog steeds was de eerste ronde vaak mijn eindstation. In Parijs leek het weer dezelfde kant op te gaan. Ik stond met 7-0 achter en bij 8-0 is het automatisch afgelopen omdat het verschil te groot is. Ik wist niet wat er precies gebeurde, maar er klikte iets. Ik had niets te verliezen en vond dat ik er gewoon vol voor moest gaan, wilde ik ooit verder komen. Ik won met 11-7 en veroverde uiteindelijk zilver. Toen wist ik: als ik er vol voor ga dan kan ik ook echt iets bereiken, dan kan het iets moois worden.”

Waarom ben je er bij blijven studeren?

“Ik ben geen prof maar acteer wel op het hoogste niveau. Mijn concurrenten in het buitenland zijn wel fullprof. In Nederland verdien je niks met karate. Je bent er veel meer geld aan kwijt dan dat het wat oplevert. Ik wilde dus wel een studie afronden en aan de toekomst na mijn karateloopbaan denken. Het is een voordeel dat ik heel makkelijk leer. Ik kan daardoor makkelijker mijn focus op het karate leggen. Ik stel mij altijd de vragen: wat moet ik doen voor karate? Wat denkt de trainer dat het beste is voor mij en hoe denk ik daar zelf over? En pas daarna denk ik hoe school hier bij past. Ik heb mijn trainingen en moet voldoende rust pakken. Ik moet wel naar school natuurlijk, maar als het niet lukt qua huiswerk, dan niet. Pech, maar karate staat op nummer 1.”

Waarom koos je voor wiskunde?

“Ik was op school goed in natuurkunde en wiskunde. Ik heb een bachelor afgerond in beide vakken. Ik vond wiskunde het minst stom en ben daarom uiteindelijk een master gaan doen.”

Je wordt gefinancierd door je ouders. Waarom ben je er ook nog bij gaan werken?

“Toen ik opgroeide was de financiële situatie thuis meer dan goed. Mijn ouders vonden wel dat ik moest begrijpen hoe het is om geld te verdienen. Dat het niet vanzelfsprekend is. Bij toernooien moet je altijd uit eten en dat kost allemaal geld. Op mijn zestiende ben ik dus net als mijn leeftijdsgenootjes begonnen met een bijbaantje. Ik begon te werken bij een supermarkt. Nu werk ik als programmeur bij een bedrijf dat gespecialiseerd is in slimme thermostaten. Ik moet het gevoel hebben dat ik ook voor mezelf kan zorgen. Ik weet inmiddels dat karate dat niet voor mij gaat doen. Ik besef ook dat ik veel geluk heb gehad met mijn ouders. Zonder hen was ik nooit zover gekomen. Ik heb nu wel wat sponsors, maar mijn ouders hebben vanaf het begin alles betaald.”

Hoe combineer je het werk erbij?

“Ik heb de mazzel dat ik via mijn coach erin ben gerold. Mijn baas weet dus dat karate op één staat en het werk wordt aangepast op mijn trainingsschema. Ik werk een dag in de week en ze begrijpen gelukkig mijn situatie.”

Hoe ziet jouw gemiddelde week eruit?

“Ik heb drie dagen in de week ochtendtraining. Dan ben ik om een uurtje of 6 wakker en begin ik met een kracht- of zwemtraining van half 8 tot 9 uur. Ik ben rond 10 uur op school en heb mijn sportspullen dan mee. Ik volg college en doe mijn huiswerk tot 16 uur. Dan snel naar huis en hopelijk hebben mijn ouders gekookt voor mij. Zo niet, dan doe ik het zelf. Vervolgens heb ik karatetraining en daarna direct slapen. Op mijn werkdag train ik alleen ‘s avonds.”

En de wedstrijden, hoe passen die in jouw schema?

“Daarvoor wijkt alles. Het is niet zo dat ik net als bij voetbal elk weekend een wedstrijd heb. Ik heb ongeveer elke maand een toernooi. Dat is vaak op een zaterdag, maar op donderdag moet je je registreren en wegen. Meestal ben ik van woensdag tot en met maandag weg. Vroeger was het redelijk verdeeld over Europa, maar sinds karate olympisch is geworden zijn de toernooien over heel de wereld. Van Parijs tot Montreal, van Shanghai tot Tokio, ik ben overal geweest. Ik maak aardig wat kilometers. Sinds karate zo in de aandacht staat met de Spelen ben je veel meer onderweg en reis je wat af om punten te scoren.”

Plaatsing voor de Spelen wordt alles of niets voor jou. Want daarna is karate waarschijnlijk er niet meer bij in Parijs 2024. Hoe voelt zo’n unieke kans?

“Ik won vorig jaar brons op de EK en haalde in 2017 de finale bij de Premier League in Parijs. Daarnaast was ik ooit derde op de wereldkampioenschappen voor de jeugd. Dat zijn mijn mooiste prestaties waar ik emotioneel veel waarde aan hecht, maar het valt in het niet als ik straks Tokio haal. Het is absoluut een droom van mij. Het heeft heel lang geduurd voordat karate officieel werd toegelaten tot de Olympische Spelen. Dan hoor je het goede nieuws en zet je alles op alles om erbij te horen. Ik heb nu nog één kans en moet in topvorm komen. Ik zal straks niet denken aan die droom. Op de mat denk je aan niets. Dan is er alleen nog ik en mijn tegenstander. Dan moet ik mijn taak doen: mijn beste karate laten zien. Ik dacht nooit vooruit bij karate. Waar sta ik nu? Waar wil ik aan werken? Daar dacht ik aan. Ik dacht nooit op die manier, maar nu kan ik straks wel de Spelen halen.”

Ze hebben voor de Spelen de gewichtsklassen bij elkaar gevoegd. Jij zit normaal in plus 84, maar moet straks in de categorie boven 75 kilogram uitkomen. Wat doet dat voor jouw kansen?

“Plaatsing is moeilijker omdat er minder plekken zijn voor de zwaarste categorie. Maar als ik het haal is de kans op een medaille wel groter. Meedoen in Tokio is nooit genoeg. Dat kan wel de olympische gedachte zijn, maar een serieuze topsporter denk niet zo. Als ik meedoe wil ik winnen. Eerst in Parijs en daarna in Tokio. Ik ga altijd voor goud.”

 

BUZZS