Zwemmen tussen de piraña’s in prachtig Suriname

Nederlands in de tropen

Alhoewel het toerisme nog in de kinderschoenen staat, bezoekt een gestaag groeiend aantal Nederlanders Suriname. Niet zo vreemd want de band tussen beide landen is al eeuwenoud. Als voormalig Nederlandse kolonie is Suriname sinds 1975 een onafhankelijke republiek en ondanks de gespannen politieke verhoudingen, is een reis naar Suriname meer dan de moeite waard.

Bij aankomst op het internationale vliegveld van Suriname, 50 kilometer ten zuiden van Paramaribo, is het eerste wat opvalt de vriendelijkheid waarmee de toerist wordt verwelkomt. Het blijkt geen toevalstreffer te zijn. Overal in Suriname valt hartelijkheid je ten deel. De huidige Sire-campagne #Doeslief in Nederland krijgt hier direct een andere dimensie.

Het centrum van Paramaribo staat op de Unesco werelderfgoedlijst en is een aaneenschakeling van oude, indrukwekkende, vervallen en gerestaureerde koloniale huizen. De sfeer is uitermate relaxed ondanks het feit dat het verkeer zich traag door de stad beweegt. De winkelstraten worden overheerst door Chinese winkels en waren. Aan de waterkant staan de talrijke eettentjes en worden er overheerlijke gerechten geserveerd uit de Surinaamse, Javaanse, Creoolse, Chinese of Hindoestaanse keuken. De keuken is het toonbeeld van de multiculturele samenleving, die Suriname zo typeert.

Aan de overkant van de Surinamerivier – in het district Commewijne – liggen de voormalige plantages. Deze lenen zich bij uitstek om met de fiets te bezoeken. Je waant je in een openluchtmuseum; Mariënburg, Frederiksdorp en Peperpot zijn stuk voor stuk oorden met een rijke geschiedenis en als je geluk hebt ontmoet je een voormalige suikerfabriek-medewerker, die je daarvan deelgenoot maakt.

Paramaribo kan beschouwd worden als het episch centrum van het land. Aan de grens met Guyana ligt de rijsthoofdstad Nickerie. Saaiheid kenmerkt deze kleine stad maar de reden voor een bezoek is het natuurreservaat Bigi Pan. Hier wemelt het van vogels en is het de broedplaats van pelikanen, rode ibissen, buizerds en flamingo’s. Nu is de natuur in Suriname toch al overweldigend. Het overgrote deel van het land bestaat uit tropisch regenwoud en is bijkans ondoordringbaar. Het belangrijkste vervoermiddel is de korjaal, waarmee de dorpjes van de Marrons (afstammelingen van de slaven) en de indianenstammen in Palumeu en Kasikasma kunnen worden bereikt.

Zelf bezochten we Awarradam, een eilandje in de Gran Rio-rivier, 250 kilometer ten zuiden van Paramaribo. Met behulp van de Surinaamse touroperator METS hebben de Saramaccaners een eenvoudige vakantieoord gebouwd en ontvangen ze toeristen voor een drie- of vierdaagse toer. Een uitgekiend programma van wandelingen door de ongerepte jungle, picknicken en zwemmen bij de waterval, relaxen in de hangmat (hangmatteren) en nachtelijke boottochtjes maken onderdeel uit van het reispakket. En dan mogen de uitgebreide verhalen over kostgrondjes (moestuinen) en de geneeskrachtige werking van de verschillende planten, kruiden en bomen niet onvermeld blijven. Awarradam is een bijzondere ervaring en staat beslist gerant voor een nieuwe levenswijze: de Awarradam-modus, hetgeen staat voor ultiem relaxen in een ongerepte wereld.