Column van Maaike

Door: Ditjes en Datjes
26-10-2017

Sinds de eerste herfstbui in september vraagt mijn jongste wekelijks of het al snel Sinterklaas is. “Hoeveel nachten nog? Maar het is toch al winter?” Ook aan een 5-jarige gaat de klimaatverandering helaas niet voorbij. Gisteren keken we met z’n allen een oude Sinterklaas-film. Ze zuchtte na afloop. “Ik vind het best flauw. Als de Sint alle kinderen zo leuk vindt dan hoeft’ ie ons toch niet helemaal tot 5 december te laten wachten?” 

“Hoe bedoel je?” vraag ik. “Wanneer moet het dan volgens jou?” 

“In november of misschien een keer in de zomer. Ja, dat is ook leuk,” en ze lacht bij het idee. “Ik wil graag op mijn slippertjes lopen als hij langskomt.” 

Sinds mijn scheiding is Sinterklaasavond aan grote veranderingen onderhevig. Niet meer je schoen voor de open haard zetten, maar bij een aftandse verwarming. Geen grote dozen met tientalllen cadeaus, maar een kleine jute zak. Toch is de (voor)pret voor de meiden er geen moment minder om.  

“Lieverd, je weet dat we op 5 december de verjaardag van de sint vieren. Jij viert je verjaardag toch ook ieder jaar op 7 april?” 

“Jahaa”, ze rolt met haar ogen en geeft me de blik: je snapt er helemaal niks van. 

“Maar ik geef geen cadeaus aan anderen want zo rijk ben ik niet,” gaat ze verder. “Als Sinterklaas zijn eigen verjaardag nu op 5 december viert, dan kan hij de rest van het jaar alles rustig aan de kinderen uitdelen.”  

Dus ziet u Sint: mijn dochter heeft voor alles de juiste oplossing.   


 

Dat vind ik leuk 

Op een druilerige middag winkel ik met mijn kinderen in een warenhuis. De oudste is boos want ik weiger nagellak voor haar te kopen. Op het moment dat we naar buiten stappen passeert er een buurvrouw, we zeggen kort gedag. Eenmaal thuis stuurt ze me een berichtje: of mijn meiden interesse hebben in wat Barbie-spulletjes. Haar tienerdochter is het speelgoed namelijk ontgroeid. Natuurlijk, antwoord ik. Nog geen tien minuten later staat ze voor de deur. Niet met een Barbie-pop maar met zes Barbies, een levensgroot kasteel inclusief lift, bad en kerktoren. Er zijn ook twee statige koetsen en drie paarden met gouddraad in de manen. Het geheel moet door drie man naar boven getild worden.  

“Dit is geweldig”, zeg ik oprecht verbaasd. “Maar echt teveel.” 

De meisjes vinden het allemaal prachtig. Hun schrale verzameling is ineens een paleis inclusief stal rijker. “Wat wil je ervoor hebben?” vraag ik de lieve buurvrouw.  

Niks joh, ben jij gek. Ik heb ooit via Marktplaats voor een schijntje op de kop getikt. Ik zag Puck zo boos rondlopen. Ik dacht: die kan wel een Barbie gebruiken!” 

Klopt het dus toch: beter een goede buur dan een verre vriend.  

Meer DenD