Peter Hellenbrand moet schipperen tussen vastgoed en schietbaan

Schutter Peter Hellenbrand verraste op de Olympische Spelen van Londen in 2012 met de vijfde plaats op het onderdeel 10 meter luchtgeweer. De 33-jarige Limburger probeert zich nu te plaatsen voor Tokio. Een helse opgave, want hij moet zijn sport uit geldgebrek combineren met een fulltime baan in de makelaardij. “Het is van alle kanten schipperen”, zegt de schutter van TeamNL.

Waarom werk je naast je baan als topsporter?

“Ik zal wel moeten, het is echt een financiële noodzaak. Om mijn stipendium te verlengen moest ik eind 2013 op het WK bij de eerste 8 eindigen en op een paar tienden werd ik 13e. Vervolgens moest ik in januari 2014 op het EK in eigen land de top 6 halen en werd ik 7e. Het is zo zwaar. Het was al een wonder om voor eigen publiek de finale te halen. De druk in de finale wordt dan zo verschrikkelijk groot. Niet omdat je graag wil winnen of Europees kampioen wil worden, nee omdat iemand zegt: hier is de auto en de zak geld weer en je kunt weer gaan sporten zonder je zorgen te hoeven maken.”

“Het stipendium is mooi zolang het goed gaat, zo niet dan val je keihard terug. Je krijgt geld voor vier jaar en daarna moet je weer werk gaan zoeken. Ik moet ook aan de toekomst denken. De concurrenten in het buitenland zijn bijna allemaal ook in dienst bij leger of politie en zijn vaak vrijgesteld van hun gewone werkzaamheden. Als zij ooit stoppen vallen ze terug op dat vangnet.”

“Daarom werk ik sindsdien ook naast de sport. Ik had nul sponsoren en werd gedwongen om in mijn levensonderhoud te voorzien. Ik wilde ook niet meer afhankelijk zijn van de sport. Eerst werkte ik bij Randstad en vervolgens ben ik in de vastgoed gaan werken bij Boek en Offermans Makelaars in Heerlen.”

Hoe is de combinatie werk en topsport?

“Druk. Het gaat prima maar het is wel passen en meten. Ik kom niet uit met mijn vakantiedagen. Daarom heb ik ook anderhalve maand onbetaald verlof moeten opnemen. Straks begint de Duitse Bundesliga weer, dan wordt het nog drukker. Ik ga zo naar huis, snel eten en dan om 20.00 uur ben ik weer op de vereniging in Duitsland.”

Waarom ben je dit werk gaan doen?

“Ik ben afgestudeerd op vastgoedmanagement. Ik kreeg een gezin, mijn dochtertje is inmiddels 2,5 jaar, en de financiële verplichtingen worden groter. Gelukkig kon ik aan de slag in de buurt van mijn woonplaats Brunssum. Ik kon iets traineeshipachtigs gaan doen en ben nu officieel register-assistent-makelaar-taxateur. We verkopen en verhuren bedrijfshallen, winkelruimten en ook een groot klooster in de buurt. Ik heb veel bevoegdheden, maar ben nog niet zelfstandig. Het traject om de ‘normale’ makelaarspapieren te halen gaan we pas na Tokio in.”

In hoeverre belemmert je werk de sportieve prestaties?

“Ik merk, doordat ik er een baan bij heb, dat ik op het mentale aspect een achterstand oploop ten opzichte van de concurrentie. De kleinere wedstrijden win je gemakkelijker en dat geeft je een soort van onoverwinnelijkheidsgevoel, maar met die wedstrijdjes kan ik niet meer meedoen. Ik train bij lange na niet meer zoveel uren. Het is nu bijhouden. Dat is genoeg om bij te blijven bij de wereldtop.”

Hoe ziet je week eruit?

“Deze week werk ik tot en met vrijdag. Zaterdagochtend zit ik in de auto voor wedstrijden in Gelsenkirchen en zondag zijn de wedstrijden afgelopen. Het weekend erna moeten we naar Hannover en dat gaat zo door tot februari.”

Hoe ziet een gemiddelde dag eruit?

“Ik ga om acht uur de deur uit. Het werk staat vast, dat is elke doordeweekse dag tot half zes. Daarna ben ik een uurtje thuis om snel te eten en dan zien ze mij de hele avond niet meer. Om elf uur ‘s avonds ben ik weer thuis.”

Heb je nog wel tijd voor het gezinsleven?

“Ik wil mijn dochtertje ook een of twee avonden in de week zien. Zodat zij mij ook een beetje leert kennen. Ik moet het allemaal echt plannen. Ik heb ook weinig tijd voor een sociaal leven. Dat ben ik wel gewend. Sinds mijn 13e is de sport altijd nummer 1. De hele omgeving weet dat. Ik heb daarom ook weinig echte goede vrienden waar ik mee afspreek. Dat beperkt zich wel. Als ik een keer een vrij weekend heb, kan ik met de familie een keer bij opa en oma op bezoek en bij mijn vrienden langs gaan. Het is plannen, plannen, plannen.”

Daarnaast ben je ook nog veel onderweg voor jouw sport.

“Poeh, ik maak veel kilometers. We trainen af en toe in Dortmund met mijn eigen coach. Voor de rest train ik bij mijn verenigingstrainer in Landgraaf en ook in Aken. Ik heb ook veel gevlogen dit jaar. Lange trips naar Rio de Janeiro, Peking, New Delhi en Minsk. Ik krijg gelukkig alle ondersteuning hier op mijn werk. Ik kan altijd weg naar wedstrijden. Als ik er niet ben pakken mijn collega’s het perfect op, zonder dat ze mij er boos op aankijken. Ze leven ook heel erg mee.”

Hoe hou je het nog vol?

“Daar denk ik ook over na. Het is een lastige casus bij elkaar. Ik weet het al zes jaar te combineren. Ik houd de combinatie alleen vol omdat ik mijn werk zo leuk vind. Ik heb gigantisch veel geld geïnvesteerd in de sport. Dit zal dan ook de laatste olympische cyclus zijn. Niet vanwege mijn prestaties, maar de prioriteiten zijn we aan het verleggen. Na het missen van de Spelen van Rio hebben we gezegd: wat willen we? Ook heb ik overlegd met mijn vrouw, want bij haar komt veel werk te liggen. We hebben een plannetje gemaakt. Op het WK zouden we kijken of ik nog meedraai met de wereldtop ondanks de weinige trainingsuren. Dat bleek zo te zijn en dat heeft ons doen besluiten om deze cyclus nog af te sluiten. Mijn baas verlangt terecht dat ik op het werk ook stappen ga zetten. Na Tokio is mijn schietcarrière voorbij. Tenzij ik met een gouden plak thuis zou komen en de sponsors met een grote zak geld komen.”

 

BUZZS